Iedereen kent het verschijnsel van plakkende deuntjes wel. Je wordt 's morgens wakker en de wekkerradio blèrt een populair deuntje je slaapkamer in. Als je pech hebt stampt de rest van de dag die melodie door je hoofd. Het werkt bij vrolijk, gewenste, ongewenste en uiterst irritante deuntjes, hoewel irritant wordt alles naar verloop van tijd. Die tikkende regendruppels op het zolderraam, ranja's met een rietje, bruggen over troebel water, de ontkenning van het neerschieten van de sherrif tot en met de bijna woordloze dreunen van de in elkaar stortende nieuwbouw. Ja, die laatste moet je wel ff weten.
Nu werkt dat bij mij ook met woorden. Soms loopt je pardoes tegen een pakkend woord op en soms wordt het je het aangereikt. Eenmaal in mijn hoofd genesteld begint een soort wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging maar dan met woorden: larderen, marcheren, garneren, anti-chambreren, maskeren, fascineren, lamineren, marineren maar ook simpeler en dus minder mooi met leren, beheren of begeren, verleren. De aanleiding was dit keer het verwijt van badineren. Of is dat meer een compliment? Maakt niet uit. Eenmaal ontvangen bleef het woord maar rondjes draaien, als een verliefde puber voor de spiegel in aanloop naar wat tegenwoordig 'date' heet.
Mooi, mooier, mooist. Woorden bieden tegen elkaar op in opzwepende ritmes. Sommige passen beter dan anderen en veroorzaken weer nieuwe reproducties van andere rijtjes. Steeds weer nieuwe en andere mogelijkheden en soms zelfs een volstrekt nergens op gebaseerde associatie en de doorbraak van een nieuwe stroom. Het kan je dag op de sloffen vullen en is vele malen minder eentonig dan het gerijm op een leuk muziekje.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten