In de rechterhoek met rood tenue staat Tegenzin een beetje in z'n neus te peuteren in afwachting van het overleg tussen scheidsrechters en juryleden. In de linkerhoek staat Redelijkheid in glimmend zwart z'n schaduw op z'n donder te geven en tussendoor de andere hoek van de ring in de gaten te houden. De vertraging beloopt inmiddels al enige uren en Tegenzin ziet er met de minuut frisser uit dan de zichzelf slopende Redelijkheid.
Daar gaat de gong. De arbiter kijkt verbaast op en maakt een dreigend gebaar naar de zich verontschuldigende official achter de knoppentafel. Geen rumoer uit de zaal. Net als alle voorafgaande ontmoetingen is het een wedstrijd zonder publiek. Pas in de finale zal de tweestrijd opengesteld worden voor publiek en wedkantoren.
Uit de hoek van de jury klinkt een hoop gesis, gesus en sterft menig stemverheffing een stille dood. De zin van dit oponthoud ontgaat Redelijkheid. Het is een soort bezwering waarvan oorzaak net zo onduidelijk is als het gevolg. Gewoon beginnen is blijkbaar onmogelijk. Iedereen is aanwezig, de ring in orde, de bedoeling is iedereen bekend, enkel de strijd hoeft gestreden te worden. Wat is daar zo moeilijk aan?
Redelijkheid gaat een beetje hopeloos op het krukje in z'n hoek zitten. Hij verbaast zich over de concentratie en tijdsduur waarmee zijn tegenstander zijn ruikorgaan aan een schoonmaakbeurt onderwerpt. Hij kwam al binnen met z'n vinger in de neus en in de afgelopen uren is daar weinig aan veranderd. Onwillekeurig beweegt de rechter wijsvinger richting zijn neus ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten