dinsdag 6 maart 2012

Baas

 In mijn relatief korte werkzame leven heb ik aardig wat ambachten laten verongelukken en evenzovele leidinggevenden, of mensen die dachten, dat ze daartoe in staat waren, versleten. Begin jaren tachtig op de markt verschenen als de zoveelste overbodige arbeidskracht heb ik na het schrijven van enige kilometer aan sollicitatiebrieven, diverse omscholingscursussen en een poging om op de Sociale Dienst te teren, uiteindelijk mijn voordeel gedaan met het gemak van uitzendbanen. Altijd vies, vermoeiend en dom werk. Soms twee banen parallel en soms ook maar weer even niks, want van die beloofde doorstroming wilde het maar nooit komen. Zo'n bureau was allang blij als ze je ergens onder hadden geschoven, dan was hun aandeel binnen en hield het meedenken rap op. Zes maanden later mocht je het opnieuw proberen, tenzij je zo stom was om je contract ter plekke te verlengen tegen minder inkomen en slechtere voorwaarden.

 Toch had dat leven één groot voordeel, wat ik pas recentelijk op waarde weet te schatten. Nee, ik bedoel niet het bedrag dat iedere maand weer op mijn giro werd gedropt. Dat was natuurlijk niet verkeerd, bovendien in 99% van de gevallen de enige reden waarom ik me van baan naar baan begaf, maar achteraf gezien toch niet de grootste verdienste. Die onbetaalbare kant van het werkzame bestaan bestaat vreemd genoeg uit de noodzaak om bezig te blijven, ook op de momenten dat je dat zelf nauwelijks ziet zitten.

 Met gevoel voor drama zou ik kunnen beweren, dat ik nu opsta voor de honden, zoals ik me in mijn verleden met perioden aan mijn nekvel naar mijn werk heb gesleept. Eenmaal ter plekke trad een automatisme in werking. Je werd voortgedreven/meegenomen of je wou of niet. Na je werkdag zat je vaak tegen wil en dank beter in je vel en mocht dat niet zo zijn, kon je altijd nog lekker uitmopperen in de kroeg. Op dagen dat het helemaal niet wilde, zelfs aan de bar niet, kon je het bad dat horeca heet rustig uitrekken tot bij zessen in de ochtend, warm werd het altijd! Waarna je je weer present toonde op je arbeidsplaats, etc.

 Hier werkt dat anders. Meestal gaat dat goed, vaak beter en soms bijna goddelijk maar er blijven momenten, die je zou willen overslaan, omdat je enkel en alleen jezelf hebt om ze te pareren. Dan mis je node het standje "Automaat", het ongewild meeslepende van je collega's en het verdwaalde troostende woord van iemand, die door al die facades heen wist te prikken. Misschien doen de honden dat nu wel, maar snap ik het niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten