Het vuur knispert nog waar na het garen van de gerechten meterhoge vlammen de opkomende kilte uitbanden en de avondlucht verwarmde. De meermin ligt met haar staart in het water aan mijn voeten en kijkt me met heldere edoch verwachtingsvolle ogen aan. Zo'n staart heeft z'n beperkingen en maakt een dansje rond het vuur onwaarschijnlijk. Ik schenk mezelf een Grappa in en kijk verwonderd in haar ogen, ongekend en verrassend diep.
Dit gaat een wonderbaarlijke nacht worden. De zon is al verdwenen en de eerste sterren twinkelen zichtbaar. Morgen weer de realiteit maar nu mijn eigen werkelijkheid. We proosten. Zij een glaasje meerwater en ik de vuurwatervariant. Onverenigbare werelden voor korte tijd bij elkaar. Ik kruip een stuk in het water en zij vlijt zich tegen me aan. Vis kan onverwacht lekker zijn.
Ver na middernacht zoent ze me voor het eerst, tikt met haar vingers zacht tegen mijn wang en verdwijnt met een paar rare kronkelslagen van haar lijf in het inmiddels zwarte water. In minder dan een minuut is het alsof ze er nooit is geweest.
Ik kijk voor mijn gevoel urenlang in de richting waarin ze is verdwenen, pleur dan de hele kookmeuk, kleren en onmogelijke schoenen in de kar en trek het geheel huiswaarts. Ik ril maar heb het niet koud. Een ongewoonde warmte borrelt binnenin. Warm van binnen en koud van buiten. Onwillekeurig kijk ik naar mijn benen maar die stappen gestaag door. Geen staart .... nog niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten