zaterdag 11 augustus 2012

Inleiding

 Ergens moest die zomer er toch eens van komen. De herfst stuurde zijn boodschappers al een paar weken langs maar op de valreep recht de zomer zijn rug. Ja, dat kan niet anders, dat moet haast wel mannelijk zijn. De kracht waarmee tegen alles in wordt opgestaan, is een vrouw niet gegeven. Die kunnen zich wel wijsmaken dat multitasken iets bijzonders is, maar voor het echte werk heb je toch "ballen" nodig.

 Na een week waarin de ene prachtige dag over de andere struikelde, doen de vooruitzichten voor de aanstaande zeven dagen het niet voor minder. Lang leve die heerlijk warme middagen waarop het volstrekt onverantwoord is om het lichaam tot enige inspanning te verleiden. Ja, nee, helaas natuurlijk, daar moet je je aan weten over te geven. Je moet in staat zijn dit soort tegenslagen te incasseren. Man-zijn is afzien en lijden. Ik zal mijn tijd dus noodgedwongen moeten vullen met rondhangen op terrassen, het nuttigen van ijskoude blonde rakkers en de wereld bestoken met mijn woorden vanuit de koele ruimtes van dit eeuwenoude pand met zijn dikke muren.

 Soort van nadruppelen en wie weet gaat het wel tot ver in oktober duren. Ik moet er niet aan denken. Maar wat wil de mens tegenover het Universum. Ik zal in alle nederigheid de zon en haar ongemakken over mij heen laten gaan. Boeddha zou trots op me zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten