De nacht achter me gelaten kijk ik met een vertroebelde blik in een waterig zonnetje. Zo'n weer waar je niks mee kunt, omdat het zelf niet weet welke kant het opgaat. Het gras zou moeten, maar is zeiknat. Dat heb je met gras, dat groeit van de nattigheid o.a. omdat het dan niet gemaaid kan worden. Vuurstoken zou kunnen, maar dat heb ik gisteren al gedaan en vandaag liggen de prioriteiten in principe elders. En het basisprincipe van prioriteren is, dat je moet doen wat boven aan het lijstje terecht is gekomen.
In een omtrekkende beweging maar weer een keer een aanslag voorbereiden op de begane grond. Het opruimen is hier in de laatste loodjes terechtgekomen en qua inrichten is het vooral verwijderen wat de klok slaat. Mooie bezigheid. Merk dat ik minder en minder tegen het bezig zijn in en om het huis opzie, hoe zinloos ik al dat ruimen, poetsen en maaien op deze plek ook blijf vinden. Hopelijk ga ik er niet aan wennen.
Allemaal van die prachtige poëtische bezigheden die smachtend op me wachten. Een paar kilometer stofzuigen, vele vierkante meters afstoffen, papieren ordenen en wegruimen, was opvouwen en als ik me werkelijk ga vervelen kan ik ook nog de ramen lappen. Die kans acht ik echter te verwaarlozen. Hup-hup, omschakelen naar standje "Juffrouw Mier" en tuut-tuut-tuut-tuut aan den slag ..... na de koffie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten